De man naast me boog zijn hoofd naar voren, stak zijn neus in het glas en ademde diep in. Zijn hoofd volgde dezelfde weg terug maar sloeg door naar achter om vervolgens met gesloten ogen te blijven hangen. Daar zat ie dan met z’n hoofd achterover en ogen gesloten te genieten van het aroma, zoals hij zelf zei. Het was een irritant, betweterig en vooral praatgraag mannetje dat blij is om weer even aan het gezelschap van moeders de vrouw te zijn ontvlucht. Dit soort types had al vaker meegemaakt op de ‘nosing and tastings’, whiskyproeverijen, die ik ooit in mijn leven bezocht heb.

Nog voor hij een slok genomen had sprak hij mij aan en beschreef me het bouquet dat hij even later op papier noteerde. Ik reageerde niet zodat hij zijn verdere bevindingen met betrekking tot de smaak met zijn buurman aan de andere zijde deelde. Aansluitend gaf hij zijn buurman een dermate dwingend lectorraad zodat de man in kwestie steeds kleiner werd en hem het genoegen van een whiskyproeverij geheel werd ontnomen.

Wat ik van de whisky vond, vroeg de wijsneus. Ik vertelde hem dat de neus kon worden omschreven als fris, fleurig en hooiachtig met een zweempje rook. De smaak als zoet en romig met veel fruit, mout en eik achtige vanille, anijszaad in de afdronk en dat het hemelse vocht volgens mij gerijpt was op Amerikaanse eiken bourbonvaten.

Het mannetje keek me verbluft en met open mond aan. Tegen zijn buurman knipoogde ik dat hij er gewoon van moest genieten waarop hij zijn dram (glas) in een teug leegdronk, mij aankeek en zei: ‘Ik vond hem al zo drammerig.’

 

[197]

 

Bordenwasser
Zonder

Pin It on Pinterest